Historiek

Naar aanleiding van het 35 jarig bestaan van onze Wielertoeristenclub Putte Aktief  ging de voorzitter op bezoek bij een stichtend lid: Fons Van Rompaey.

Fons woont samen met zijn echtgenote Irma Goris, al 55 jaar samen in de Veldenstraat in Beerzel. Fonne is geboren in "de hoeve Verbist" in de Vruchtenlei, aan het einde van de Peter Michielslei, "in het kleine zolderkamertje boven in de hoek" op 16.08.1935 als Alphonsus Van Rompaey. Tot het achtste studiejaar volgde hij de toenmalige lagere school. Daarna ging hij naar de vakschool voor schrijnwerker. Maar een half jaar voor hij afstudeerde, is hij gaan werken. Hij heeft in zijn leven geen twee dagen zonder werk gezeten. Want als hij eens moest gaan doppen bij de ene baas, dan stond er een andere die meer betaalde om hem te kunnen aanwerven.

Jan: Dag Fons, we komen eens op bezoek en hebben daar enkele goede redenen voor: onze club bestaat dit jaar 35 jaar, jij wordt dit jaar 80 jaar, jij bent een stichtend lid van onze club, rijdt al 35 jaar mee en was tot vorig seizoen bij elk activiteit of rit op het appel. Daarom wille we jou na 35 jaar het " erelidmaatschap" aanbieden.

Fons, (duidelijk blij met het bezoek en verrast door de eer): Ik heb altijd graag in de club gereden en nooit tegen mijn goesting. In 1979 zijn we voor de eerste keer gaan rijden. In 1980 is de club aangesloten bij den bond. De eerste stichtende bestuursleden waren: Mil Haecks, Bere Haecks  en Jules Serneels. Alles is gestart op de hoek van den toog in Café De Ster bij Maria en Mon. Al snel reden we met een man of tien: Johan De Vocht, Marc De Vocht, Dré Hendrickx, Hugo Dijck, Dré Corluy, Guy Symons, Dirk Van Den Weyngaert en Jules Goyvaerts. De eerste sponsors waren Café De Ster en Fons Goyvaerts. Met die tien man hebben we twee jaar gedraaid. Mil Haecks stippelde de routes uit. Na drie jaar kwamen er al wat leden bij en waren we met een man of twintig. Er waren ook wat losse rijders zoals Mille Leys, Roger Van Hoof en Luc Van Der Veken. We reden naar Namen, Oost Akker ( Klein Scherpenheuvel). Altijd op een zondag.

Jan: Wat deden jullie om de club van geld te voorzien?

Fons: Om de kas te spijzen werden de repetities van de fanfare gekocht in zaal de Ster en verloten we met de jaarmarkt in december een pony. We gingen dan met dat beest rond van café naar café. We verkochten lotjes en waren 's avonds goed zat. Ik moest dat beest dan nog mee naar huis nemen. De eerste pony is gewonnen door Johan Dijck, zoon van Willy.

Jaarlijks werd er ook geteerd. Op het C-terrein bij Roza De Preter en Jos den Bakker. Die zorgde dan voor  wat gratis gerief. Er waren ook "choekes", die werden gebakken door Ludo Vercammen. Later kwam er ook Jules Vervloesem bij die meehielp met het eten. Maar dan waren we al met een serieuze groep. Frans Wyns, Garage Mon  en Annie Peeters van de Heidebloem waren toen ook sponsors. 

In het begin was er drie of vier jaar geen lidgeld. Daarna legde we 100 frank bijeen en als er op het einde van het seizoen nog geld over was in de kas, dan hielden we kroegentocht. We konden altijd maar een café of vijf doen. Dan waren we al stiepelzat.

Jan: Ikzelf ben al 23 jaar lid van de club maar hoe zat het met het bestuur voorheen?

Fons: Het bestuur was één grote groep. Ik ben zelf enkele jaren in het bestuur geweest maar dan kwamen de kleinkinderen en diende er zich een jongere generatie aan. En zo ben ik gestopt als bestuurslid.Maar de club groeide goed. Jos Daniëls, Dré De Preter en Janneke  De Preter, die was maar 12 jaar als hij al mee reed, werden ook lid..

De eerste vrouwen in de club waren Nadia en Monique Aertzen van Marcel Laurens. Daarna kwam er ook Nicole Casteels.

Jan: Vertel eens hoe dat fietsen vroeger ging.

Fons: Mijn eerste fiets was één van Verstappen. Daarna kreeg ik van Jos Verschuren de fiets van Hennie Kuiper. Die heb ik zo'n 7 à 8000 Belgische Frank betaald ( nog geen 200 euro). Het was een Rossini met versnellingen van Campiola.  Ik stond eens op en koers in Mol te kijken met die fiets en er was iemand die mijn achterwiel optilde en zie: " Dat is de vélo waar Kuipers wereldkampioen mee is geworden". 

In het begin reden we met een petje op. Daarna kwam de voorloper van de helm met zo drie worstjes op je hoofd. Ik had er zo één maar dat droeg dat nooit. Alleen als ik in " Het Kampioenschap van Beerzel " meereed. Daar was dat verplicht. Pas in 2003 is de helm verplicht geworden. 

Mijn eerste koersbroeken waren er nog met een echte "zeemlap" in. Die werd dan hard na een tijdje en braken. Je moest die dan met vaseline invetten. Dan heb ik een paar broeken gekregen van de profuitrusting van Ludwig Wynants omdat we dezelfde maat hadden. Dat was veel comfortabeler. 

Jan: Welke leuke herinneringen heb jij aan de club?

Fons:(begint hard te lachten en nog enthousiaster te vertellen): Als we plat reden werd er het meest gelachen. We reden nog op tubes, dus vielen dikwijls plat. Jules Serneels was " den tubemaker" voor velen. Ik heb de mijn zelf gemaakt. Dat was niet makkelijk. Je moest ze plakken, een nacht laten drogen en dan stikken en terug op de velg leggen. En als er een bult in zat, dan voelde je dat iedere keer. Zo'n tube was alleen nog goed voor het achterwiel. Ik had zelf altijd vijf tubes in gebruik. Twee op de fiets, ene reserve en twee in herstelling. Sommige kochten nooit tubes, die reden op gevonden tubes. En die reden dan ook dikwijls plat.

In 1990 reden we de ronde van Vlaanderen. Ik met de Croes ben hem drie keer gaan verkennen. OokGeraardsbergen en  "De Muur" hebben we nog gedaan. Ik reed samen met Marc De Vocht achteraan. Een boer was toen met een beerwagen de wei aan het mesten. De boer draaide met zijn tractor en kar en zij kregen alle mest over zich. Dré Rits die filmde alles. Later werd er gefilmd vanop een tandem.

In 1991 was er de gezinsfietstocht met vertrek vanuit de hallen. 1700 inschrijvingen hadden we de eerste keer. Met dertig man hebben we dan in rijen pannenkoeken staan bakken. De tweede editie was er nog meer volk 2500 man. Gouverneur Paulussen is toen ook gekomen. We hadden ook de langste tandem van België die meereed. 35 man op één fiets. Roger Janssens, die toen schepen van sport was, reed ook mee. De stuurman was iemand van buitenaf want dat was een echte kunst. Met die tandem hebben we later nog in de carnavalstoet gereden. Maar aan het huidige gemeentehuis, toen nog de school, brak de ketting over. Vandaar zijn we te voet verder gegaan.

Ik was steeds van de partij om te helpen voor de club; Seingever bij de Ronde van België, de Eneco tour,.. of hamburgers bakken op de rommelmarkt. Als er iets te doen was, was ik er graag bij.

Ik ben ook de man die de bordjes van de seingevers maakte. Eerst 20, dan nog eens 30 en dan nog eens 50. Ik maakte ze sterk en toch licht in gewicht. De club betaalde dan de rekening van de borstelstelen die ikervoor gebruikte. De binnenste cirkel is het dekseltje van een pot erwten. Ook de vleugeltjes voor het bakken van de pannenkoeken op een plaat, heb ik gemaakt.

Jan: En hoe gaat het nu met de gezondheid?

Fons: Met de gezondheid gaat het al beter na de operatie. Ik heb al een paar keer terug op een koersfiets gezet en niet meer op een gewone vrouwenfiets. Maar de tijd dat ik 20.000 km per jaar reed, terwijl onze gezinswagen hoogstens 6.000 km per jaar deed, die is voorbij. Ik weet nog dat we toen bijna wekelijks naar Oteppe reden om forel te eten. De zotten reden dan door naar Hoei om de muur daar te doen. Ja, ik heb in de club veel mooie momenten en veel plezier gehad.

Jan: Wel Fonne, jij bent ook altijd heel waardevol geweest voor de club en we hopen dat je snel terug mee een rit kan komen doen, als erelid deze keer.